Alles went behalve een tent

Er is een tijd geweest dat ik heel hard riep: Alles went behalve een vent! De laatste jaren vind er echter een verschuiving plaats in mijn brein. Dat alles mogelijk is in herstel, blijkt ook hier weer uit.

Kamperen was altijd favoriet bij ons in de familie. In mijn jeugd sliepen mijn broer en ik samen in een tent, ieder aan een kant en het Monopolyspel tussen ons in. De zomers op Terschelling leenden zich uitstekend voor om de hele dag Monopoly te spelen. Vroeger regende het ook al veel hoor in Nederland. Dus maakten we het onszelf gemakkelijk met wat drinken, chocola en een zak chips. Mijn moeder had geen kind aan ons. Zo kon ik me ook totaal verliezen in een boek, ik las de hele dag door, geen besef van tijd en mensen om me heen. Lekker in mijn eigen wereld, in mijn eigen tent.

Toen ik 16 was mocht ik met mijn nicht in een tent op een plek vlak naast mijn ouders staan. Zodat ze ons in de gaten konden houden en we toch een beetje op onszelf waren. Tenminste, dat wilden ze ons doen geloven. We werden goed in de smiezen gehouden en mochten niet iedere avond uit.

Uiteraard gingen we toch. Om ongezien weg te komen was wel wat voorbereiding nodig. We gingen om tien uur naar bed, zetten de wekker om 23.30 zodat we zeker wisten dat we niets zouden missen. Met onze kleding nog aan, slopen we als mijn ouders sliepen uit de slaapzak om vervolgens de tent te verlaten. Zo ook die nacht dat werkelijk alles mis ging. We waren net de tent uit, zat er een egel in onze voortent kabaal te maken. Egel d’r uit gewerkt en wij achter alle tenten langs, scheerlijnen ontwijkend, het terrein af. Bij de jeugdherberg een fiets die niet op slot stond “geleend” en wij op weg. Het eerste deel van onze ontsnapping achter de rug. Met bonkend hart richting de plaatselijke kroeg, totdat er een paar koplampen in de verte achter ons opdoemden. “Mijn vader!”, dachten we allebei en sprongen de greppel in om met ons hoofd tussen het riet een plaatselijke boerenjongen op een brommertje voorbij te zien gaan… Hoezo slecht geweten? Met druipende schoenen en blubber tot aan de knieën stapten we uiteindelijk de kroeg in. Pakten het laatste uurtje feestgedruis  mee, gooiden ons vol met rode bessenlikeur en belandden met een vent in een andere tent. Alhoewel, ik belandde met een vent in een andere tent.

Mijn vader heeft me weleens uit een tent getrokken, een camping verderop. “Als je een jongen was had je je pik achterna gelopen”, zei hij woest! Ik was verontwaardigd, had toen alleen nog maar met iemand gezoend. Later, in mijn sloepenroeitijd was ik ook al “one of the guys”. Ik dacht altijd dat dat kwam doordat ik ze allemaal onder tafel zoop maar bedenk me nu al grijnzend dat het wellicht iets met de opmerking van mijn vader te maken had J.

Tegenwoordig heb ik niet zoveel meer met een tent, net zomin als met een vent. Het leven in nuchterheid heeft me mijn eigenwaarde terug gegeven. Die tent en die vent lijken wel wat op elkaar: nuchter zijn ze een stuk minder aantrekkelijk. Ik heb een nieuwe: Alles went totdat je jezelf goed kent!

Reageer reacties (0)
LEES MEER...