Dagboek van een eetverslaafde

Kerst 2010: ‘Eigenlijk is een lijf zo wonderbaarlijk. Het wil je hart en ziel beschermen en de dood tegenhouden. En ik? Ik maak zoiets wonderlijks het liefste kapot om mijn te geest te laten schuilen voor alle angst.’ Anorexia nervosa domineerde jarenlang het doen en denken van Viviën Stift (27). Vanaf het moment dat ze hulp zocht, hield ze dagelijks een dagboek bij.

Dit artikel verscheen in december 2016 in Lef Magazine
Tekst: Anne van den Berg
Beeld: Leon van den Broek

‘Ik ben opgegroeid in een dorp vlakbij Arnhem. Ogenschijnlijk leken we het perfecte,  welvarende gezin. Door de goedlopende kledingzaak van mijn ouders was er geld genoeg. Maar door het harde werken waren mijn ouders ook veel van huis, waardoor ik grotendeels werd opgevoed door mijn oma en tante. Daarnaast werd mij als klein meisje onbewust geleerd dat niet communiceren de norm was. Hoe belangrijk bepaalde zaken ook waren, praten kan mijn familie niet. Zelfs toen ik werd gepest op de basisschool en dat thuis aan het licht kwam, vroegen mijn ouders daar later nooit meer naar.’

Nooit onbezorgd
‘Al vanaf mijn vroegste herinneringen was ik een heel complex meisje. Niets ging vanzelf, ik vond alles moeilijk en huilde veel. Ik was een denker, een pleaser, onzeker en voelde me altijd minder dan anderen. Al die jonge jaren leefde ik dat stille, in mezelf gekeerde, ingewikkelde leventje. Als jonge tiener werd ik langzaamaan kritischer op mijn lijf. Het mocht wel wat strakker, vond ik. Dan at ik gezonder en sportte ik veel, tot ik de teugels weer wat liet vieren. Maar altijd, altijd kwamen de gedachtes terug. En altijd wilde ik dan weer dat gevoel van perfectie bereiken.’

Afgestoten
‘Toen ik zestien was begon mijn moeder te twijfelen aan haar huwelijk met mijn vader. Ik vond het leven al niet zo’n feest voordat alle ellende begon, laat staan met alle extra narigheid thuis. Elke avond was het raak door de angstaanjagende ruzies. Mijn moeder was in onze ogen de ‘boosdoener’, dus kozen mijn broer en ik ervoor om na de scheiding bij mijn vader te wonen. Tot hij op den duur een nieuwe vriendin kreeg met een allesbepalende invloed. We leverden van alles in omdat ‘het niet meer zo nodig was’. Het begon met kleine dingen, totdat we drie weken later onze huissleutel moesten inleveren. Je denkt dat je op je ouders kan vertrouwen, bouwen en altijd terug kan vallen, maar dat was in die drie weken totaal afgebrokkeld. Ik snapte er niets van, mijn vader en ik hadden toch een hechte band? Ik trok in bij mijn moeder en het contact met mijn vader verwaterde meer en meer, tot ik hem eigenlijk nooit meer sprak. Het bleek een belangrijk keerpunt in mijn leven. Iets in mij wat altijd al broeide – een mix van complexiteit, zware emoties en onzekerheid -  zocht zich langzaam maar zeker een weg naar de oppervlakte. Ik was op zoek naar een veilige wereld, maar waar kon ik die vinden? Ik besloot dat het tijd was om zelf de controle te nemen over mijn leven in plaats van alles maar af te laten hangen van wat me overkwam. In drie maanden tijd ging ik van een gezonde 60 kilo naar 38 kilo.'

Lange weg te gaan
‘Mijn moeder stopte met werken om bij me te zijn en sliep elke nacht naast me, bang dat ik opeens niet meer zou ademen. Mijn sociale leven brokkelde ondertussen volledig af. Ik stopte mijn studie en zag geen vriendinnen meer. Bovendien waren al mijn emoties uitgeschakeld; ik huilde niet, ik lachte niet, niets. Je lichaam heeft er gewoon geen kracht meer voor. Heerlijk, ik had al te veel gevoeld in mijn leven. Voor mijn lieve moeder maakte ik de stap naar de huisarts, die me doorverwees naar een diëtiste. Bizar natuurlijk, eten was niet het probleem. Uiteindelijk belandde ik bij Amarum in Zutphen, een kliniek gespecialiseerd in eetstoornissen. Een lange, slopende, vierjarige weg lag voor me. Toen ik me in een groep liet ontvallen dat ik soms naar de dood verlangde – niets bijzonders destijds – gingen de alarmbellen af en werd ik intern opgenomen. Ik ging, maar de wil om beter te worden ontbrak nog volledig. Doodgaan was eigenlijk ook prima, want teruggaan naar een gezonde lichaam en geest was een veel langere weg. Wat later, te midden van mijn behandelingen, schreef ik zelfs een afscheidsbrief gericht aan mijn moeder en legde ik de invulling van mijn begrafenis van begin tot eind schriftelijk vast. Anorexia beheerste ondanks de geboden hulp nog altijd mijn leven en bij vlagen zelfs de pen in mijn dagboek.’

Zelfinzicht
‘Wie ben ik? Wat heb ik te bieden? Wat heeft me gevormd? Tijdens mijn vier jaar behandelingen vond ik overal antwoorden op en leerde ik meer dan veel mensen in hun hele leven doen. De voedingsbodem van mijn eetstoornis werd daardoor kraakhelder: een combinatie van mijn complexe karakter, de scheiding en de verdrietige situatie met mijn vader. De jaren werden, naast zelfinzicht, ook gekenmerkt door gewichtstoenames en diepe, diepe terugvallen. Ik kende inmiddels alle handvatten, maar kon ze nog geen van allen toepassen. Het loslaten van de controle was nog een brug te ver. Sociaal gezien krabbelde ik wel op. Ik zag weer wat vriendinnen en ging soms de stad in.’

Vader en dochter
‘Door de behandelingen leerde ik mezelf zowaar te uiten, maar die ‘nieuwe Viv’ werd thuis maar als lichtelijk vervelend ervaren.  En dat terwijl ondertussen al mijn onverwerkte trauma’s aan bod kwamen. Mijn vader was er eentje van. Ik had al vaak geprobeerd contact te zoeken met hem, maar het contact verliep daarna altijd moeizaam en kwam voornamelijk van mijn kant. Een goede reden voor zijn gedrag heb ik nooit gehoord, maar stiekem denk ik dat hij het nog altijd te moeilijk heeft met zichzelf en de scheiding. Het hoofdstuk ‘vader’ werd in ieder geval meer en meer een gesloten boek en ik besloot mijn achternaam te veranderen in die van mijn moeder. Daardoor kon ik onze relatie als vader en dochter afsluiten, dat stukje verleden achter me laten en zo mijn eigen herstel versnellen.’  

Op eigen benen
‘In die vier jaar tijd ging ik van een interne opname over op een 5-, 4-, 3- en 2-daagse behandeling. Tot ze zeiden: ‘Viev, je weet heel goed wie je bent. Wij kunnen eigenlijk niets meer voor je betekenen.’ Ik voelde het zelf ook. Soms praatte ik als een therapeut, over mezelf maar ook – heel irritant – naar anderen toe in de groep. Ik woog ook weer 55 kilo en bouwde langzaam mijn antidepressiva af. Met een nieuw lichaam begon ik aan een nieuw leven. Ik startte een studie, maar het was al gauw te veel. Alle prikkels die het ‘normale’ leven mij bood; ik trok ze niet. Ik kon het ook niet meer kwijt, want thuis werd er nog altijd niet gepraat. Weer viel ik keihard af. Tot ik op een dag langs een etalage liep en de ruit een meisje weerspiegelde die me keihard trof. Ben ik hier nou vier jaar voor in behandeling geweest? De schim die ik zag, deed me realiseren dat ik weer gezond wilde worden. Impulsief als ik ben liep ik regelrecht naar een tattooshop en liet vijf vogeltjes op mijn borst tatoeëren. Ze moesten mij herinneren aan herwonnen vrijheid voor het geval ik het weer kwijt zou raken. Meteen daarna liet ik mijn oren stretchen. De pijn deed me goed; ik voelde iets en dus leefde ik nog!’

Op weg naar definitief herstel
‘Echt loslaten lukte nog niet, maar met vallen en opstaan hield ik mezelf redelijk staande in een wereld zonder hulp van de kliniek. Een tijdje bezocht ik een magnetiseur met wie ik vooral goed kon praten. Toen ik haar mijn hele verhaal vertelde, zei ze: ‘Ho, stop. Het gaat helemaal niet om die scheiding of je vader.’ Ik snapte het niet. Hoezo dan? Ze stelde een essentiële vraag waar ik in al die jaren behandeling nog nooit eerder aan gedacht had: ‘Maar Vivien, hebben jouw ouders wel altijd liefde gegeven?’ Ik barstte in huilen uit. Daar zat blijkbaar nog wat. Schijnbaar heb ik toch iets essentieels gemist in m’n vroege jeugd, ook al was het contact na de scheiding met mijn moeder al snel heel hecht. Het was weer een stapje op weg naar een definitief herstel. Ondertussen was ik al even intensief aan het sporten. Hoewel het in het begin nog wat obsessief was, vond ik door goede begeleiding in de sportschool een gezonde balans.’

Moeder en dochter
‘Sinds drie jaar durf ik wel te zeggen dat ik genezen ben. Ik heb een heerlijk leven en vind mezelf een mooi mens, zowel innerlijk als uiterlijk. De focus op mijn lijf is er nog wel, maar in een gezonde vorm, hoewel het misschien nog wel iets losser mag. Ik sport namelijk vijf keer in de week, en die vijf keer is heilig. Het lukt me altijd, hoe druk ik ook ben. Ik beaam dat de grens tussen plezierig veel en obsessief sporten dun is, maar ik voel als geen ander aan wanneer het foute boel is. Ook mijn moeder vertrouwt mijn sportgedrag, hoewel mijn ziekte voor haar geen gesloten boek is. We keken laatst een programma terug van een meisje met anorexia en mijn moeder zat naast me in tranen. Jeetje, wat heeft mijn eetstoornis allemaal gedaan? Ik heb nooit gevraagd hoe zij het allemaal heeft beleefd, ook al is onze band gevoelsmatig heel sterk. Dat is deels omdat ik denk dat ze zich toch niet wil uiten, en deels door angst vanuit mij. Wat heb ik haar veel pijn gedaan… Maar ergens was mijn ziekte heel erg nodig. Door Anna heb ik mezelf uiteindelijk leren accepteren zoals ik ben. En ik heb leren praten, anders had ik dat nu nog niet gedaan. Sterker nog, ik weet niet of ik dan nog had geleefd.’

 

Reageer reacties (0)
LEES MEER...