‘Raar plus raar plus raar is buitenbeentje’

Wijntje van den Bergh (31) ziet er goed uit, heeft een leuke baan, massa’s vrienden en een liefdevolle familie. Zeven jaar geleden woog ze dertig kilo minder, was ze eenzaam en leefde ze liever niet dan wel. ‘Ik snoof tot ik in coma raakte en als ik wakker werd, ging ik gewoon door.’

Dit interview verscheen in oktober 2012 in Lef Magazine

Tekst Linda de Waart
Fotografie Don van Hout

‘De officiële diagnose werd viereneenhalf jaar geleden gesteld: ik ben cocaïneafhankelijk, alcoholmisbruikend en heb ADHD. De eerste keer in herstel vertelden fellows dat ze zo’n rust over zich heen kregen. Ik herkende dat niet. Bleef chaotisch, gejaagd. Achteraf had dat dus (ook) met mijn ADHD te maken. Nu ik in behandeling ben geweest en de juiste medicijnen slik, snap ik waar mijn fellows het over hadden. De chaos is weg. Natuurlijk worstel ik wel, maar het is oké. Ik vind het niet meer erg om mezelf te zijn.

Verwarrende jeugd
Ik was een typische self-obsessed addict. De schuld lag altijd bij anderen. Ik was altijd het slachtoffer. Had ik cocaïne op zak dan ging het op. Ik was hebberig en deelde met niemand. Wat betreft verslavingsgevoeligheid werken mijn genen niet echt mee. Op mijn zevende overleed mijn halfbroer aan een heroïneverslaving. De eerste keer in herstel was ik daar vreselijk boos over. Hij probeerde niet eens iets van zijn leven te maken, hij koos gewoon voor een overdosis. Mijn vader is – denk ik – relatieverslaafd en mijn moeder dronk en rookte veel en kon zichzelf lang geen halt toeroepen met eten.

Mijn jeugd was absoluut 'anders'. Mijn moeder was mijn vaders derde echtgenote en voor ze trouwden had hij al vijf kinderen. Tijdens hun huwelijk ging hij vreemd en er kwamen nog meer kinderen. Dat kwam uit, dus scheidden mijn ouders toen ik vier was. Hij kreeg een vriendin en mijn moeder hertrouwde met een man die al twee dochters had. Samen kregen ze nog een dochtertje. Uiteindelijk had mijn vader negen kinderen bij vijf verschillende vrouwen. Kortom: ik heb een hele grote familie met een hele hoop halfbroers, -zussen en stiefzussen. Behoorlijk verwarrend, vooral als je een klein meisje bent. Ik wist vaak niet welk broertje of zusje bij welke moeder hoorde. En dan waren er ook nog een heleboel opa’s en oma’s.

Wijntje op het dak
De relatie met mijn biologische vader was gecompliceerd. Ik had het idee dat zijn andere kinderen meer aandacht kregen. Het voelde alsof ik met hen moest concurreren. Ik logeerde één dag per week bij hem en mijn stiefmoeder en moest daar de volgende dag van bijkomen. Ik voelde me niet goed genoeg, niet geliefd door mijn vader. Het huis van mijn moeder en stiefvader was mijn thuis, mijn warme nest. Met hen had ik een goede, liefdevolle band. Maar ik maakte het ze niet makkelijk. Ik begon al vroeg met puberen en had een behoorlijke eigen wil. Continu zocht ik de discussie. En ik was druk, erg druk. Ik fladderde van hot naar her en kon me met moeite concentreren. Sporten was een hobby, maar ik raakte er telkens snel op uitgekeken. Ik deed van alles: zwemmen, hockey, softbal, badminton, schaken, ballet, surfen, snorkelen, schoonspringen. In mijn vrije tijd bouwde ik hutten en klom ik in bomen. Ik was nergens bang voor. Op een keer stonden de buren bezorgd voor de deur want ‘Wijntje zat op het dak’. Was ik zomaar uit mijn slaapkamerraam op het dak geklommen.

 

'Jong, blond, single, altijd dronken en een hoop seksuele ervaring: mannen stonden voor me in de rij’

 

De kinderen op school vonden het raar hoe mijn familie in elkaar zat. Daarom was ik ook raar. Bovendien had ik een rare naam. Raar plus raar plus raar is buitenbeentje en dus werd ik flink gepest. Maar thuis deed ik alsof er niets aan de hand was. Ik hield alles voor me.

Keer op keer verkracht
Omdat mijn stiefvader van baan veranderde, verhuisden we naar Den Haag. Ik kwam in de tweede brugklas en daar ging het pesten door. Klasgenoten noemden me zWijntje, biertje, whisky of schaap vanwege mijn krullen. Ze kletsten achter mijn rug om en gooiden mijn tas in de prullenbak. Een keer dreigden ze me in het kanaal te gooien; ik ben toen zelf maar het water ingelopen. Ik was ongelukkig en zocht mijn heil in oudere vriendjes. Hoe fouter, hoe beter. Ik vond het stoer als ze drugs gebruikten of hun school niet hadden afgemaakt. Op mijn dertiende kreeg ik een relatie met een jongen van negentien. Toen moest ik van mijn moeder aan de pil.

Een jaar later legde ik het aan met een man van zevenentwintig. Als ik nu hoor dat een volwassene van die leeftijd het doet met een meisje van veertien, geef ik hem aan. Alleen wist mijn moeder dat verbieden averechts zou werken. Dan zou ik stiekem gaan doen en had ze helemaal geen zicht meer op me. Het echte binge drinken heb ik van die man geleerd. Hij was alcoholist en  gebruikte drank om me over te halen tot bepaalde seksuele handelingen. Dingen die ik niet wilde doen. Pas jaren later realiseerde ik me dat hij me keer op keer verkrachtte. Het was ziek, maar ik wist het niet. Ik was te jong. Als ik terugdenk aan die tijd voel ik verdriet om het meisje dat ik was. Ik had zo’n haast om volwassen te worden.

Ontbijten met Red Bull en wiet
Na de nodige relaties woonde ik alleen in een appartement dat mijn ouders voor me hadden gekocht. Ik sloeg aan het diëten en raakte in anderhalf jaar vijfentwintig kilo kwijt. Ik was blij met mijn nieuwe lijf en flirtte erop los. Jong, blond, single, altijd dronken en een hoop seksuele ervaring: mannen stonden voor me in de rij.

Op een avond ontmoette ik de mooiste man die ik ooit had gezien. Hoewel ik drugsgebruik sterk veroordeelde – want mijn broer was eraan gestorven – liet ik met hem al mijn principes varen. Voor het eerst gebruikte ik XTC en cocaïne en het voelde geweldig. We partyden, vreeën en gebruikten ieder weekend. Ik vond het zó spannend en ik was zó verliefd. Ik wilde meer, meer, meer. Mijn gebruik breidde zich uit naar de rest van de week. Ontbijten deed ik met Red Bull en wiet en we gedroegen ons steeds extremer. In de kroeg zagen mensen ons liever gaan dan komen. We betaalden rekeningen niet, vernielden glazen en meubilair. We hadden schijt aan alles. Hotelkamers trashen, vrouwen oppikken voor triootjes… We waren grenzeloos. Ieder weekend gaven we ruim duizend gulden uit. Ik had inmiddels ook een flinke schuld bij mijn moeder.

Wat is werkelijkheid?
Mijn vriend hield mijn gebruik in de hand. Hij belde de dealer, hij gaf me drugs. En dat was niet altijd genoeg, vond ik. Ik werd afhankelijk van hem. Onze relatie was niet meer oprecht en begon scheuren te vertonen. Coke maakte me allang niet meer blij. Het was een levensbehoefte geworden.

 

‘Coke maakte me niet meer blij. Het was een levensbehoefte geworden’

 

Lijkbleek, wallen, graatmager. Van volle Hollandse glorie was weinig over. Ik was een junk. Mijn moeder verdacht me ervan dat ik aan de drugs zat. In tranen confronteerde ze me daarmee. Ik ontkende het, verklaarde haar zachtzinnig voor gek: ‘Nee joh mam, je kent me toch? Dat zou ik nooit doen!’ Ze geloofde me, maar in mijn achterhoofd klonk een stemmetje: ‘Vanaf nu ben je nooit meer eerlijk tegen haar.’ Mijn moeder was de constante factor in mijn leven en de enige met wie ik nog een open relatie had. Ik verbrak dat, glashard. Daarna heb ik zo vaak gelogen dat ik zelf niet meer wist wat werkelijkheid was en wat niet.

Na een paar jaar ging de relatie uit. Ik moest zelf aan drugs zien te komen en nu was er niemand meer die mijn gebruik binnen de perken hield. Geen partner, geen vrienden, geen geld… Ik voelde me een loser. Het enige dat nog wel goed voelde, was aandacht. Via via ging ik naast mijn werk modellenwerk doen. Ik bleek het te kunnen en werd steeds vaker gevraagd. Het was leuk, ik kon iemand anders zijn en ik kreeg nieuwe vrienden. Ondertussen gebruikte ik meerdere keren per dag. Op mijn werk maakte ik er een potje van. Ik versliep me of zat erbij als een zombie. Uiteindelijk raakte ik met een burn-out in de ziektewet. Weet je dat symptomen van burn-out bijna hetzelfde zijn als de symptomen van verslaving? Het enige dat ontbreekt is het drugsgebruik.

Meisje van de dealer
Actieve verslaving is een aaneenschakeling van opzij zetten van eigen principes en waarden. Dat is tenminste wat ik continu deed. Een van mijn regels was: ‘De dealer is niet je vriend. Houd hem op afstand’. Ook dit schoof ik zonder pardon opzij. Ik werd het meisje van de dealer en had nu helemaal geen reden om niet te gebruiken. Hele ‘Scarfacebergen’ cocaïne gingen mijn neus in. Gelukkig was ik wel zo slim om niet bij hem in de schuld te komen. Ik werkte voor mijn drugs: chaufferen, pakjes vouwen, wiet knippen. Ik werd belangrijk en kwam in zijn inner circle. De sfeer was grimmig en gevaarlijk, maar ik vond het stoer en spannend. Ik voelde me Chantal Janzen in de film De Dominee.

De dealer was een man met twee gezichten: de liefdevolle partner en de ijskoude crimineel. Beschaamde je zijn vertrouwen, dan moest je oppassen. Hij kon van het ene op het andere moment zijn gevoel uitzetten. Gek genoeg was hij de eerste die vond dat ik een probleem had met coke. Hij wilde dat ik stopte. Op dat moment werd het riskant. Hij gaf mij geen drugs meer, dus haalde ik het bij andere dealers. Tegen hem loog ik dat ik aan het afkicken was. Dat was fout, want nu stond hij binnen zijn wereldje voor paal. Hij verloor al zijn respect voor me en liet zijn kille kant zien. Ik was ontzettend bang dat hij me ging vermoorden. Hij had mijn huissleutel.

Compleet paranoia
Ik werd compleet paranoia. Op straat dacht ik dat hij me achtervolgde. Soms hallucineerde ik dat hij in mijn huiskamer stond. Drie weken lang gebruikte ik achter elkaar door tot ik in een soort coma raakte. Als ik wakker werd, greep ik direct weer naar de drugs. Ik wilde weg zijn, niets voelen. Met mijn ouders had ik op dat moment geen contact. Door mijn gelieg en bedrieg was alles kapot. In volledige eenzaamheid ging ik geestelijk en lichamelijk stuk. Dit wilde ik niet. Ik wilde eruit. Wilde stoppen en weer gezond worden, alleen wist ik niet hoe.

‘20.000 herstellende verslaafden de Serenity Prayer horen zeggen. Dat is het mooiste wat er is’

 

In een helder ogenblik herinnerde ik me een verslavingsarts waar ik een tijdje eerder geregeld contact mee had. Ik belde hem. Hij begreep direct hoe ernstig de situatie was en regelde een crisisopname. Het was de enige manier om uit mijn bodemloze put te komen.

Terwijl ik door een vriend naar de kliniek werd gebracht, belde ik mijn stiefvader. Ik vertelde hem wat er aan de hand was en vroeg of hij mijn moeder wilde inlichten. Op dat moment kon ik haar niet onder ogen komen. Ik schaamde me te erg.

Na een crisis detox van vijf dagen vloog ik naar Kaapstad voor een vervolgopname. Van zeven uur ’s ochtends tot tien uur ’s avonds werkte ik keihard aan mijn herstel. Ik was ontzettend gemotiveerd. Vanaf nu kon het alleen nog naar de top, dacht ik. Vijf maanden later kwam ik thuis: sterk en niet meer bang. Ik wist dat mijn ex me met rust zou laten want ik deed wat hij wilde: ik was gestopt.

Afscheidsbrief
Bijna een jaar was ik clean, maar mijn ego was te groot. Af en toe een drankje moest kunnen, vond ik. Later kwam daar een pilletje bij. Al snel viel ik mijlenver terug in mijn cocaïnegebruik. Mijn moeder kwam weer in beeld en regelde hulp. Het ging even goed maar na een vrijdagmiddagborrel op het werk tikte ik thuis drie flessen wijn achterover. Ook gebruikte ik twee gram coke en rookte ik wiet. ‘s Nachts kon ik de slaap niet vatten. Ineens was het duidelijk: het ging weer helemaal verkeerd. Ik wilde deze ellende niet nogmaals doormaken. Dan ging ik liever dood.

Ik probeerde mijn polsen door te snijden, maar vond het te eng. Ik besloot alle antipsychotica, pijnstillers en slaappillen in te nemen die ik in huis had. Dat moest de klus wel klaren. Ik schreef een afscheidsbrief en wachtte af. Op een bepaald moment besloot ik de knip van de deur te halen, waarom weet ik niet. Toen ik mezelf weg voelde zakken, stuurde ik een sms naar mijn laatste ex-vriend: ‘Straks heeft niemand meer last van me.’ Hij dacht dat ik weer eens rare dingen zei omdat ik gebruikt had en kwam boos naar me toe. Hij wilde me eens goed de waarheid zeggen. Omdat de deur open was, liet hij zichzelf binnen en sleurde me het bed uit. Middenin de woonkamer zakte ik in elkaar.

Enige uitweg
Ik wilde niet zozeer dood, ik wilde niet meer afhankelijk zijn van coke. De dood was mijn enige uitweg. Maar hoeveel ik ook had ingenomen, het was niet genoeg om dood te gaan. Onder toezicht van mijn moeder mocht ik thuis herstellen. Alles heb ik haar verteld. Van wat ik allemaal had uitgespookt tot het verlangen te stoppen. Op vrijdagavond gebruikte ik gewoon opnieuw. Zo ging ik nog een half jaar door. Ik zocht hulp bij een behandelaar en die vermoedde dat ik naast een verslaving ADHD had. De diagnose werd gesteld, maar zolang ik drugs gebruikte was er geen arts die me ADHD-medicijnen wilde geven. Dit kwam nooit goed, wist ik. Er zat niets anders op: ik moest weer worden opgenomen. Deze keer ging ik naar een kliniek in de buurt, omdat ik de vorige keer veel moeite had met thuiskomen. Daar werd ik ook ingesteld op mijn medicatie. Sindsdien gaat het erg goed met me. Ik ben nu vier jaar en twee maanden clean.

Herstelhondje
Het verschil met de eerste opname was dat ik een bewust besluit nam: stoppen was de enige remedie. De enige manier om een normaal, gelukkig leven te kunnen leiden. En nu? Nu is alles anders. Het contact met (al) mijn ouders is nog nooit zo goed geweest. Het mooie is: zij zijn niet veranderd, ik ben veranderd. Ik accepteer hoe en wie ze zijn. Mensen durven me te vertrouwen. Ik heb mijn motorrijbewijs gehaald, een motor gekocht en zit sinds kort op zangles. Ik heb een leuke baan en mijn schulden zijn bijna afbetaald. Ik heb lieve fellows en een sponsor die me ontzettend veel leert. Ik werk bijna dagelijks aan mijn stappen en ik ben een conventie-addict geworden. Twintigduizend herstellende verslaafden de Serenity Prayer horen zeggen. Dat is het mooiste wat er is.

Ritme en regelmaat in mijn leven zijn extra belangrijk vanwege mijn ADHD. Mijn ‘herstelhondje’ Jip brengt me die structuur. Hij kwam bij me toen ik net terug was uit de kliniek. Omdat ik goed voor hem wil zorgen, zorg ik automatisch ook goed voor mezelf. Ik moet voor hem naar buiten, doe sociale contacten op, volg hondencursussen, doe boodschappen. Het is onmogelijk om me nog in mijn huis op te sluiten.

Als ik ’s avonds mijn rondje hardloop door het park, zie ik vaak de lege pakjes coke liggen. Ik herken ze uit duizenden, maar ik voel niet meer de behoefte om te gebruiken. Ik ben zelfs een stap verder gegaan en gestopt met roken. Tegenwoordig word ik door vrienden en collega’s omschreven als ‘attent’ en ‘geduldig’. Ik! De self-obsessed addict! En ik kan eerlijk zeggen dat ik oprecht van mezelf hou en blij ben met het leven dat ik heb. Het enige dat ik nu nog mis, is een leuke vent.

Reageer reacties (0)
LEES MEER...