Het hongerige beest

In m’n boek beschrijf ik de situatie op oudejaarsavond, waar ik na jaren van niet drinken besluit om een glaasje van de feestprik te nemen.
Rond halfeen wil ik een glas champagne. Zomaar uit het niets wil ik dat en voor ik er erg in heb is het glas leeg. Klok-klok en dan dat branderige gevoel in m’n slokdarm. Heerlijk. Ik wil meer. In m’n hoofd spoken woorden als stom, klootzak, gek, eikel en andere verwensingen naar mijzelf. Vier glazen worden het, dan is de champagne op en ik kan mijzelf nog nét beletten om niet ‘dan maar aan de wijn te gaan’.
Isa vertelt later dat ze op me gelet heeft. Ze beschrijft mijn gedrag als dat van een roofdier: ik schuif langzaam langs de tafel en kijk naar alle flessen die daar staan, op zoek naar een fles waar nog iets in zit…

Gisteravond rommelen we wat in de keuken, we ruimen de tafel af en doen de afwas. Ik zet twee kommetjes klaar met een klein lepeltje erin. Achteraf weet ik dat ik de keuze voor het kleine lepeltje maakte bij het opentrekken van de bestek-lade…
Nee, dit gaat niet over een moment van terugval in een behoefte aam drank en daaraan toegeven, het is een bak Ben&Jerry’s die ik uit de vriezer trek.
Ik haal het deksel eraf en begin met een eetlepel het ijs er uit te scheppen en te verdelen over de bakjes. Quasi achteloos proef ik van het ijs. Dan ben ik verkocht en neem een hap rechtstreeks uit de bak. Met mijn tong duw ik het ijs tegen mijn verhemelte en al kauwend schrok ik het ijs naar binnen en neem zo nóg een paar happen, voordat ik schijnheilig met de twee bakjes in mijn handen naar de tafel loop.
Isa heeft het allemaal gezien en zegt: ‘Jeee, je keek en deed net als op die oudejaarsavond, toen je langs die tafel sloop!’
Ik voel me betrapt en probeer deze situatie weg te lachen, ik zet de bakjes ijs op tafel, trek de stoel onder mijn kont en ga zitten. ‘Hoe bedoel je’, voeg ik er nog onnozel aan toe en ik begin te lepelen.

Als ik ben bekomen van de kleine ontmaskering denk ik: verdomme, is het zo dat ik in plaats van drank nu mijn toevlucht zoek in ijs, in zoetigheid?
Feit is dat ik nadat ik ben gestopt met drinken - nu zes jaar geleden - ik meer behoefte heb aan suiker.
Waar het om gaat is de vraag of ik niet van de ene verslaving in de andere ben gerold. Ik neem een stuk appeltaart, op het moment waarop ik vroeger een borrel nam. Het zijn momenten waarop je vindt dat je een of andere beloning verdient. Beloning voor een goede prestatie, voor een slechte dag, voor een schilderij dat maar niet wil lukken. Of wanneer mij iets dwars zit en ik het moeilijk vind om het op tafel te gooien. Dat zijn altijd de momenten waarop ‘trek’ ontstaat.
Dan de mateloosheid: zet een bak ijs voor mijn neus en hij moet op, hé-le-maal leeg!
Na twee hapjes gebeurt er iets in m’n hoofd dat zegt dat die hele bak leeg moet. Wat is dan het verschil tussen het drinken van alcohol en het eten van ijs? Er is geen verschil: in beide gevallen vind ik het lekker, wil ik meer en meer en is het niet te doen om te stoppen.

Is dit nou een schokkend besef of niet, vroeg ik mij af. Ja en nee.

Ja, omdat het aangeeft dat ik verslavingsgevoelig blijf en nee omdat het geen drank is waar ik niet vanaf zou kunnen blijven. Het is veel makkelijker om gebak, ijs en ander snoepgoed te laten staan dan drank.
Feit is, dat ik weer eens ben geconfronteerd met het hongerige beest dat ogenblikkelijk die gelegenheid zal pakken en niet te stoppen zal zijn wanneer het de kans krijgt om uit te breken… het blijft oppassen geblazen.
Het betekent dat mijn verslavingsgevoeligheid net zo lang getriggerd kan worden door van alles en nog wat, totdat ik alle behoefte aan compensatie van welk ongenoegen dan ook, heb overwonnen.

Mijn brein weet dat drank veel gevaarlijker is dan ijs. Dat hokje is afgeschermd. Dan maar af en toe een bak ijs.

 

Reageer reacties (3)

Bruno(06. september 2016)

Als ik dit zo lees realiseer ik me dat we allemaal verslaafd (aan iets) zijn. Verslaafd zijn is de norm - omdat we het bijvoorbeeld moeilijk vinden om met gevoelens van ongenoegen om te gaan.

Vreemd dat verslaving (met name drank en andere verdovende middelen) door ons onderkent wordt en dat we allemaal zeggen: "verslaafd, jij ja, ik niet!" Waarom doen we dat, eigenlijk? 

 

Mariette(06. september 2016)

Ja, hallo, je hebt verslaafd en verslaafd. Nou niet alles op een hoop gooien.

Hans Rijneveld(07. september 2016)

Dag Marco, welkom als gastblogger, ben ik ook. Ja dat gevoel van 'roofdier'herken ik heel goed. Ik weet dat als ik een slokje neem, of beter zou nemen, net als bij sigaretten de Gollem in mij tot leven komt en meer wil, meer, meer , meer. Lastig?, ja zeker maar met de acceptatie vande Gollem in mij kwam de ommekeer.

 

LEES MEER...