‘Ik ben toch geen junk, Jezus’

De zussen Eva (34) en Renee (29) Kelder debuteerden in mei 2014 tegelijkertijd met een boek. Algemeen thema: er niet willen zijn en je niet goed genoeg voelen. Bij Renee resulteerde dat in een autobiografie over haar ghb-verslaving. Eva schreef een roman. Twee zussen, een gedachte. De liefde straalt er vanaf in het emotionele gesprek.

Dit verhaal verscheen in augustus 2014 in Lef Magazine
Tekst Linda van Doorn - Fotografie Marjo van de Peppel

Renee: ‘Ik groeide op als een gelukkig, maar ook angstig en onzeker kind, die ervan overtuigd was dat ze dingen niet kon en zich daarom het liefst verstopte voor de buitenwereld. Op school ging het niet lekker en ik was vaak ziek. Ondertussen woonden we in een gegoede wijk, waar geen problemen waren en waar bijvoorbeeld drugs al helemaal niet aan bod kwamen. Dachten we natuurlijk; wij konden ook niet verder kijken dan de voordeur.
Toen mijn ouders scheidden ontdekte ik een manier waarop ik aan de werkelijkheid kon ontsnappen: alcohol. Met vrienden kocht ik goedkope wijn en die dronken we samen op. Voor mij werkte dat prima. Een jaar later, toen ik veertien was, combineerde ik de alcohol ook met joints en weer een jaar later gebruikte ik voor het eerst xtc. Daarna zat er vier jaar tussen voor ik weer harddrugs gebruikte, maar toen ging het ook meteen snel. Niet lang daarna gebruikte ik dagelijks ghb en waren we in de weekenden continu ghb, speed en xtc aan het mixen.

Burgerlijkheid en bestaansrecht
Ik had een vriend, Taco. Samen met hem gebruikte ik. Het enige wat ik zeker wist was: ik wil voor altijd bij Taco blijven. Dat stond als een paal boven water. Taco kende me en hij kende ook mijn angsten en gevoel om te willen verdwijnen.

'Door de drugs werd ik een verbeterde versie van mezelf. Dacht ik'

Als ik onder invloed was, was ik juist heel uitbundig en had ik niet meer de behoefte om te verdwijnen. Ik wilde niet burgerlijk zijn en gebruikte drugs, waardoor ik me ook niet burgerlijk voelde. Samen met Taco. We haalden allerlei dingen uit, maar dat was (soms) leuk. We waren in ieder geval niet burgerlijk. Ik dacht dat ik drugs nodig had om er überhaupt te kunnen zijn. Het spul gaf me een soort bestaansrecht, maar als ik weer nuchter was, werden mijn sombere gevoelens en mijn angsten juist alleen maar erger en erger. Door de drugs werd ik een soort verbeterde versie van mezelf. Dacht ik. Het gekke is dat je daar zo hard in gaat geloven dat je op een gegeven moment steeds meer drugs gaat gebruiken omdat dat nog de enige manier is om er te zíjn. Terwijl de drugs me natuurlijk heel ongelukkig maakten. Het maakte me juist onzeker, ik sliep er slecht door en kon de werkelijkheid niet meer van andere dingen onderscheiden.

Ik ben niet verslaafd
 Toch riep ik het hardst dat ik niet verslaafd was. Dat ik gewoon drugs gebruikte. Wel drukte ik mijn vrienden op het hart dat mijn zus er niets van mocht weten. We trokken ook toen veel met elkaar op en hadden veel gezamenlijke vrienden. Maar als Eva het wist, zouden mijn ouders het ook weten en dan zou ik moeten stoppen en misschien ook wel met Taco moeten stoppen. Mijn vrienden zeiden niets tegen Eva en ik kon het zelf ook heel goed verborgen houden. Daardoor kon ik jarenlang mijn dubbelleven leven.

Ghb werd toen – ik ben nu vier jaar clean (2014) – nog gezien als een onschuldige drug. Als het heroïne was geweest hadden ze misschien anders gereageerd. Er was weinig bekend over de schadelijke gevolgen en ik functioneerde nog gewoon. Dat ik of anderen regelmatig out gingen tijdens het gebruiken, hoorde er gewoon bij. We zagen daar geen kwaad van in. Het duurde dan ook heel lang voor tot me doordrong dat ik echt verslaafd was.

Helemaal kapot
Er kwam een moment dat ik op was. Helemaal kapot. Mijn moeder kwam naar me toe en ik vertelde haar dat niet alleen Taco (want dat vermoeden hadden ze al), maar ook ik verslaafd was. Mijn moeder beloofde hulp. Een paar dagen later vertelde ik het aan Eva. Ik schaamde me enorm en voelde me ontzettend schuldig; In al die jaren hadden we een hele goede band en gezamenlijke vrienden. Alle gemeenschappelijke vrienden wisten van mijn drugsgebruik, behalve Eva. Het schuldgevoel en de schaamte hielden lang aan. Toch kon ik nog steeds niet aan mezelf toegeven dat ik verslaafd was. Ik zag er heel normaal uit en functioneerde gewoon. Daarnaast was ik hoog opgeleid. Dat paste niet in ons vroegere beeld dat we van verslaafden hadden. Toen ik in de kliniek en tijdens meetings eindeloos moest blijven herhalen: ‘Ik ben Renee en ik ben verslaafd’, drong de werkelijkheid pas echt tot me door. Ik vond het heel vernederend, terwijl iedereen die daar zat hetzelfde had. Het is zo vernederend om aan jezelf toe te moeten geven dat je je ergens niet meer boven kunt plaatsen.

Paardentherapie
Mijn ouders en Eva gaven me altijd al heel erg veel liefde, ook tijdens mijn actieve verslaving. Maar dat wil je dan eigenlijk niet voelen. Je hebt een geheim waarvan je absoluut niet wilt dat ze er achter komen. Je zet daardoor iets tussen jezelf en die liefde in, als een soort dubbelleven. Omdat je je te schuldig voelt die liefde te ontvangen terwijl je ze eigenlijk bedriegt. Toen ik mijn geheim opengooide was die liefde er nog steeds en ik voelde het ook echt weer. Ik kon het weer ontvangen en teruggeven. Zonder hen was ik er nooit gekomen. Ik heb wel hulp gehad van de kliniek en dat had ik ook echt nodig om mijn verslaving zelf onder ogen te zien, maar voor de rest had ik echt mijn familie nodig.

Na het afkicken werden mijn angsten juist groter en dat duurde echt nog twee of drie jaar. Daarnaast werkte ik in de verslavingszorg, maar vertelde ik niet over mijn eigen verslaving dus ik moest nog lang een soort dubbelleven in stand houden. Tegelijkertijd wilde ik ook niet stoppen met mijn werk, want dat was het enige dat ik op dat moment nog had, dacht ik. Ik hield dat een jaar vol en toen werd ik echt ziek. Mijn angsten vierden hoogtij. Ik durfde de straat niet meer op, omdat ik dacht dat ik achtervolgd werd. Ik was aan het kloten met mijn medicijnen, kreeg telkens weer andere antidepressiva voorgeschreven waar ik juist weer angstiger of depressiever door werd. Ik werd echt gek. Na verschillende mislukte therapieën ging ik in paardentherapie in Spanje en daar was een keerpunt. Een week lang volgde ik van ’s ochtends tot ’s avonds therapie en tussendoor moest ik oefeningen doen met paarden. Zo heb ik een keer rondje na rondje in de brandende hitte met een paard door een bak gerend. In mijn andere hand een volle emmer water. Tot de therapeut vroeg wat ik nu eigenlijk aan het doen was en waarom ik die emmer niet had leeggegooid. Niemand had gezegd dat ik dit moest doen en al helemaal niet met een volle emmer. Eigenlijk heel simpel, maar het opende echt mijn ogen.

Parttime Junkie
Op aandringen van Eva, die zelf al met een boek bezig was, heb ik mijn verhaal opgeschreven onder de titel Parttime Junkie. Dat heeft me goed gedaan; ik heb mijn verleden weer helder gekregen en ik heb kunnen laten zien dat ghb een onderbelicht probleem is. Laatst heb ik een lezing gegeven bij de politie en daar viel het me heel erg op dat ghb eigenlijk nog steeds heel onbekend is. Een van de agenten zei dat hij nog nooit iemand had gesproken die is afgekickt van ghb en daarna ook nooit meer is teruggevallen. Ze kennen ghb-verslaafden alleen van degenen die ze van straat plukken omdat ze bijvoorbeeld out zijn gegaan. Daardoor is het wel heel interessant om telkens je verhaal te kunnen vertellen en kennis over te brengen.’

Eva:  ‘Ik kan me twee momenten in mijn leven herinneren dat iets voelde als groter dan mezelf. Iets dat niet te bevatten is. Dat was toen mijn ouders scheidden en toen Renee vertelde dat ze verslaafd was. Eerst verstond ik haar niet. Ik dacht dat ze zei dat Taco – haar toenmalige vriend – verslaafd was en ergens wist ik dat al wel. De schok toen ik me realiseerde dat ze zélf verslaafd was, was enorm. Ik verkeerde echt een tijdje in totale staat van ontreddering. Dat heeft echt een tijd geduurd. Boos was ik ook. Niet zozeer op Renee, maar vooral op onze vrienden. Mijn béste vrienden. Misschien is dat ook wel een heel menselijke reactie, dat je graag anderen de schuld wilt geven van iets. Ik heb zo’n ruzie met hen gemaakt, waarom ze in vredesnaam niets hebben gezegd. Achteraf bleek dat Renee hen keer op keer heeft geïnstrueerd dat ze vooral niets tegen mij mochten zeggen en dat ze dus eigenlijk uit loyaliteit naar Renee zo hebben gehandeld. Dat was ook weer pijnlijk, omdat ik me dan afvroeg waarom ze loyaler waren naar Renee dan naar mij. Terwijl Renee dus gewoon heel sterk was in haar overtuiging dat ik niets mocht weten.
 
By junkie, you mean heroin?’
Nu geloof ik ook wel dat onze vrienden de ernst van de situatie niet hebben ingezien. Ghb leek heel onschuldig en werd echt gebagatelliseerd. Ook door mezelf trouwens. Toen ik aan een Amerikaanse vriend mailde dat Renee een junkie bleek te zijn, antwoordde hij: ‘By junkie, you mean heroin?’ En mijn reactie was: Oh mijn God! Nee joh! Natuurlijk niet! Het is wel kenmerkend dat ghb zo onderschat werd. Hetzelfde voor de verwoestende werking van een verslaving trouwens.
Ik had nooit kunnen bedenken dat mijn kleine zusje verslaafd zou raken aan drugs. Wij zijn opgegroeid met het ouderwetse idee dat verslaving gekoppeld is aan maatschappelijke omstandigheden. Het is niet je eigen schuld, maar te wijten aan een slechte jeugd, mishandeling of armoede thuis. Bij ons waren die elementen allemaal niet aanwezig dus we plaatsten het buiten onszelf. Het kwam niet in ons op dat het ons zou kunnen overkomen. Wij hadden toch een heerlijke jeugd? We werden niet mishandeld, kenden geen armoede en we waren ook geen aso-familie. Nee, verslaving was een ver van ons bed show. Daar waren we zo van overtuigd dat we dingen die onder onze neus gebeurden niet zagen.

'Ik zag niet wat er onder mijn ogen gebeurde en ik kon haar niet redden'

Dikke vriendinnen
Buiten zussen waren we ook echt dikke vriendinnen. Het klinkt gek, maar onze band toen was net zo goed als nu. Ik merkte alleen wel altijd dat ik ergens tegenaan liep. Op een bepaalde manier kwam ik niet verder. Ik dacht: Er is iets dat ze niet met me deelt, maar ik kon er de vinger niet op leggen wat dat was en dat deed me verdriet. Je groeit daarin, het gaat heel geleidelijk. Die verslaving sloop er ook geleidelijk in. Ik heb me achteraf wel ontzettend schuldig gevoeld. Ik ben vijf jaar ouder dan Renee en zorgde als grote zus altijd al voor haar. Ik heb haar vroeger een keer letterlijk uit een diepe put gered en eens stonden haar kleren in brand toen alleen ik in de buurt was. Ik heb als kind dus min of meer haar leven gered. Een deel van mijn radeloosheid en woede kwam daar ook wel uit voort; Ik zag niet wat er onder mijn ogen gebeurde en ik kon haar daardoor niet redden.

Ondertussen had ik een tyfushekel aan haar vriend Taco. Hij zette mij en mijn moeder heel slim buitenspel. Ik vermoedde wel dat hij verslaafd was, maar Renee had altijd een argument. ‘Met mijn angsten ben ik de uitgelezen persoon om juist niet de controle te verliezen’, zei ze dan en daar was gewoon geen speld tussen te krijgen. Ik ken mijn zusje niet anders als iemand met angsten. Ze kon een periode vanwege fobische klachten geen roltrap op, een lift, vliegtuig of trein in. Hoe zou ze dan in vredesnaam drugs kunnen gebruiken? Ik geloofde haar. Ik kon niet anders. Dat schuldgevoel is wel weggegaan, omdat ik me realiseerde dat ik niets had kunnen doen. Ook al had ik haar gedwongen tot een opname, dan had dat geen zin gehad. Ze moest er zelf achter staan.

Dromen zijn bedrog, gelukkig
Als ik er aan denk hoe dicht ik bij het verlies van iemand die me het meest dierbaar is was, word ik nog steeds verdrietig. Ik realiseerde me wel achteraf pas dat ik daar zo dichtbij zat. Eerder kon ik dat ook niet weten, want ik was gewoon niet op de hoogte. Ik voelde het natuurlijk wel aan, dat het echt niet goed zat. Door kleine dingen. Renee viel bijvoorbeeld midden op de dag zomaar in slaap. Hoe vaak ik wel niet gezegd heb dat ze eens naar de dokter moest gaan, omdat dat niet normaal was op haar 23e. ‘Mijn vriendinnen hebben dat ook’, zei ze dan. Wat natuurlijk logisch was, want die gebruikten ook ghb.

Het onbewust aanvoelen uitte zich ook in dromen. Hoewel ik eigenlijk niets wist, droomde ik heel veelzeggend. Ik zag Renee zitten in een horrorsituatie waarvan ik wist dat ze het niet zou overleven. Ik wist dat mijn zusje dood zou gaan, maar kon niets voor haar doen omdat ze opgesloten zat tussen glas. Ik kon alleen maar toekijken. Afschuwelijke nachtmerries. Laatst droomde ik iets soortgelijks, dus ik merk wel dat het nog erg diep zit. Mijn huidige vriend probeert me dan op het hart te drukken dat ik me op het nu moet focussen. Dat het nu goed gaat. En dat ze er nog is. Daar ben ik dankbaar voor. Mijn zusje verliezen is het ergste dat me zou kunnen overkomen.

Schrijversduo
Als journalist wilde ik alles uitvergroten. Als iemand zei dat hij na een actieve verslaving nu alleen nog maar twee wijntjes bij het eten dronk, wilde ik bij wijze van spreken opschrijven dat hij er nog steeds tien dronk. Dat kan natuurlijk niet als journalist en dat is een van de redenen dat ik ben gaan schrijven. Daardoor realiseerde ik me wie ik ben en wat ik wil. Mijn wereldbeeld is helemaal niet zo rooskleurig als ik vroeger zou willen en nu kan ik dat vertalen in fictie. Het heeft me gelukkiger gemaakt. De kracht van literatuur en iets scheppen. Als je schrijft heb je controle over wat je maakt. Ik heb controle over wie mijn personages zijn en wat ze doen. Het leven overkomt je vaak en in een verhaal heb je dat allemaal in de hand. Dat is heel lekker voor de psyché. Dat is ook een van de redenen dat ik Renee heb aangespoord haar verhaal op te schrijven, als een soort interventie. Ik heb haar geholpen met schrijftechnieken. Hoe maak je dialogen? Wat wordt de structuur van je verhaal? Zulke dingen. Ik heb haar boek niet volledig geredigeerd. Wel las ik af en toe wat passages, maar het hele boek vond ik te confronterend.

Nu treden we samen op in boekhandels en bij instellingen en dat is ontzettend leuk. We stellen elkaar voor het publiek vragen en proberen dat op een humoristische manier in te steken. Onze optredens worden daardoor al snel heel intiem. Het publiek merkt dat wij niets meer kunnen faken naar elkaar en dat alles dus compleet open ligt. Dat heeft invloed op het publiek zelf; ze stellen zichzelf ook kwetsbaar op, wat tot mooie momenten leidt. Sinds we samen gedebuteerd zijn, zie ik de verslaving van Renee als een zwarte en nare periode in ons leven. Maar ik kan er ook het positieve van inzien. We staan nu waar we staan en kunnen van hier uit verder.’

 

 

 

 

Reageer reacties (0)
LEES MEER...