Stoned als een garnaal

Dronken als een tor, zat als een aap, stoned als een garnaal. Iedereen heeft wel eens zo'n gezegde gebruikt of gehoord. Hoe zit dat eigenlijk? Worden torren echt dronken? En wordt een garnaal stoned?

Dit verhaal verscheen in februari 2014 in Lef Magazine

In de biologieboeken op de middelbare school eten eekhoorntjes braaf hun nootjes en eten de koeien hun gras. Volgens Midas Dekkers, de bekendste bioloog van Nederland, is de realiteit anders. 'Dieren zijn net zo dol op genotsmiddelen als wij mensen. Boswachters en rangers komen vaak dieren tegen die zich raar gedragen. Als je gaat kijken waarom dat zo is, dan blijkt dat zij bepaalde middelen hebben gebruikt die dat gedrag veroorzaken. En dat gebeurt niet per ongeluk, ze gaan er actief naar op zoek. Dat kun je in en rond het huis eigenlijk al zien. Fruitvliegjes hebben een voorliefde voor fruit dat door het rottingsproces alcohol bevat. Hoewel die vliegjes goed tegen alcohol kunnen, tast het hun motoriek, zoals bij mensen, na iets teveel inname ook aan. Ze kunnen niet meer recht vliegen of komen zelfs helemaal niet meer weg. In de duinen zie je hetzelfde verschijnsel; daar verkiezen vlinders de rottende bessen boven de normale. Je ziet dan na verloop van tijd vlinders op topsnelheid op zo'n besje afkoersen om vervolgens keihard te crashen, lazarus van de alcohol die ze binnen hebben gekregen.'

'Olifanten trekken luid toeterend als een stoet dronken pubers door het bos’

Natural highs
Dieren onder invloed kun je overal tegen komen. Een scène uit de beroemde natuurdocumentaire Animals are beautiful people uit 1978 staat garant voor de nodige hilariteit. Zwijnen, apen en andere dieren doen zich in Afrika tegoed aan rottend fruit dat door het gisten flinke hoeveelheden alcohol bevat. Het resultaat laat zich raden: de dieren strompelen na verloop van tijd verdwaasd rond, vallen om of liggen uitgeteld op een tak. Het lijkt wel een slagveld, het ziet er dolkomisch uit. De nasleep van dit bacchanaal is voor velen een herkenbaar beeld. De beesten worden stuk voor stuk wakker met een zichtbare kater. De een zwalkt nog een beetje rond, de ander zit met de handen voor de ogen stil en gaar in een hoekje. Toch herhaalt dit proces zich keer op keer. De voordelen wegen blijkbaar op tegen de nadelen. Ook olifanten kunnen er volgens Dekkers wat van. 'De rangers in Afrika zijn in bepaalde tijden van het jaar extra op hun hoede. Dan komt er een boom tot bloei waar de beesten dol op zijn. Het eten van de bast en de vruchten van die boom zorgt er voor dat de grijze kolossen compleet ontsporen. Luid toeterend trekken ze dan als een groep opgeschoten dronken pubers door het bos en vernielen alles dat op hun pad komt. Ze gooien bomen om, gooien Jeeps op hun kop en vernielen soms hele dorpen. Je kunt dan dus maar beter uit de buurt blijven.'

Naast alcohol zijn er nog talloze andere middelen waar dieren zich aan tegoed doen. Planten, paddenstoelen, schimmels en mossen; het maakt ze eigenlijk niet uit. Zo zijn er rendieren in de poolcirkel die in de lente op zoek gaan naar de voor mensen dodelijk giftige vliegenzwam. Na het eten van de zwammen komen de dieren in een soort trance terecht, ze gaan trippen. Ook katten zijn dol op een bepaalde plant, kattenkruid. Misschien heb je wel ooit een kat gezien die schuimbekkend over de grond krioelt. Je zou denken dat zo'n beest een epileptische aanval heeft, maar de kans is groot dat hij zich tegoed heeft gedaan aan kattenkruid. Die plant, die overigens in Nederland in het wild ook voorkomt, zorgt er voor dat katten in een soort trance terecht komen. Volgens Dekkers komt dat doordat de werkzame stof van de plant het voortplantingsorgaan van de poezen activeert. Met andere woorden, ze worden er geil van. 

Tripsecten
Niet alleen planten en alcohol zijn geliefde genotsmiddelen in het dierenrijk, ook insecten staan bij sommige soorten op het verlanglijstje. Zo zijn er in de regenwouden apen die giftige miljoenpoten gebruiken om high van te worden. De insecten hebben een afweermechanisme dat een gif produceert als ze in gevaar zijn, de apen zijn daar dol op. Onderzoek heeft uitgewezen dat het gif bij de apen dezelfde uitwerking heeft als drugs bij mensen, ze worden er high van. Ook mieren maken dankbaar gebruik van de afweersystemen van een insect. Zo werken ze graag samen met kevers. De mier zorgt voor voedsel en bescherming van buitenaf, de kever levert een constante voorraad gif. De mieren gebruiken het gif als een tripmiddel, met soms desastreuze gevolgen. Doordat sommige mieren alleen nog maar onder invloed willen zijn komt de structuur van de kolonie onder druk te staan. Cocons raken beschadigd, waardoor de koninginnen misvormd of dood ter wereld komen. Op den duur sterft de kolonie uit, omdat er bij gebrek aan koninginnen geen nieuwe mieren worden gemaakt.  

‘Er zijn katten die zich de hele dag bezig houden met hun eigen geilheid’

Ober! Cocktails!
De natuur levert veel van de verdovende middelen voor dieren, maar ook door de mens gemaakte alcoholische dranken vinden volgens Dekkers gretig aftrek. 'Iedereen heeft wel eens gezien dat katten zich na een feestje tegoed doen aan de restjes advocaat met slagroom. Niet dat ze die slagroom zo lekker vinden, want daar houden ze helemaal niet van. Nee, het is ze om de alcohol te doen.' Een ander voorbeeld vind je op de stranden in de Caraïben. De apen die daar leven weten dondersgoed dat er bij de toeristen veel lekkers te halen valt. Ze stalken strandtenten en resorts in de hoop een onoplettende toerist van zijn cocktail te beroven. Je kunt je drankje daar maar beter goed in de gaten houden. En denk maar niet dat je met je colaatje veilig bent, ook daar lusten sommige apen wel pap van. Opvallend daarbij is dat niet alle apen een voorliefde voor alcohol hebben, sommigen gaan alleen voor de zoete frisdranken. In het drinkgedrag van de beesten zijn verschillen op te merken. De ene aap houdt het bij één drankje, een andere pakt er een paar meer. Dan zijn er ook nog apen die niet kunnen stoppen met drinken en doorgaan tot ze er bij neer vallen. Het zijn net mensen.

Draaglijk door genot
Waarom gebruiken dieren eigenlijk verdovende middelen? Volgens Dekkers is dat om dezelfde reden als dat de mens gebruikt. Het geeft genot. 'Het leven van dieren is helemaal niet leuk. Het is eng, gevaarlijk, je moet als dier altijd op je hoede zijn. Een dier in het wild heeft bijna altijd wel honger of dorst, of lijdt bijna altijd wel pijn. Het leven van een dier zou eigenlijk niet draaglijk zijn zonder genotsmiddelen om de ondraaglijke pijn van het bestaan wat te verlichten. Dat zijn lang niet altijd externe middelen, dieren maken zelf ook van zulke stoffen aan. Denk bijvoorbeeld aan endorfine, dat door de hersenen aangemaakt wordt bij hevige angst of pijn. Als een dier in de bek van een leeuw belandt bijvoorbeeld, of zich in groot gevaar voelt. De hersenen leveren dan meteen dat geestverruimende stofje, wat er voor zorgt dat het leed wat wordt verzacht. Het is niet meer dan logisch dat dieren die stofjes zelf opwekken, zoals een marathonloper die 42 kilometer gaat rennen zodat er lekkere stofjes in zijn hoofd vrijkomen. Die truc kennen beesten ook, en als ze slim of handig genoeg zijn gebruiken ze externe middelen.'

Goed voorbeeld doet volgen
Dieren zijn eigenlijk de uitvinders van drugsgebruik te noemen. Veel van de genotsmiddelen die wij tegenwoordig kennen hebben we afgekeken van dieren. In oude beschavingen kwamen mensen bijvoorbeeld op het idee om cocabladeren te gaan kauwen nadat ze hun ezels dat zagen doen. De lastdieren leken trektochten langer vol te kunnen houden na het eten van de bladeren. Dat bleek voor mensen ook zo te werken. Eenzelfde soort ontdekking werd gedaan met de koffieboon. Ook daar werd het gedrag van dieren afgekeken. Soms gebruiken we zelfs dieren om middelen te kunnen nemen die normaal dodelijk zouden zijn. Een voorbeeld daarvan vind je in de poolcirkel, waar mensen de urine van de trippende rendieren drinken. Niet omdat ze dat zo lekker vonden, maar omdat er nog hallunicogene stoffen in zaten die het dier nog niet had opgenomen. Zo kon men zonder gevaar voor eigen leven ook gebruik maken van de hallucinerende vliegenzwam. Inventief.

Het grote verschil, misschien ten nadele van de mens, is dat wij geen genoegen namen met de plant zoals die is. Nee, de mens wilde meer. Cocabladeren werden geraffineerd om zo de werkzame stof, cocaïne, te isoleren. Datzelfde geldt voor veel van de genots- en geneesmiddelen die wij tegenwoordig kennen. Heroïne, koffie, alcohol; bijna alles is een doorontwikkeld natuurproduct. Op zich mooi dat de mensheid zich zover ontwikkeld heeft dat het nieuwe, zuiverdere producten laat ontstaan, maar tegelijkertijd maken we het ons daardoor ook extra moeilijk. Waar de dieren vanuit de natuur geremd worden in hun gebruik, de middelen zijn immers niet altijd aanwezig, hebben wij 24 uur per dag alles binnen handbereik.

'Dieren kunnen, net als mensen, verslaafd raken'

Verslaafde beesten
Er zijn dus veel overeenkomsten tussen mensen en dieren als het om middelengebruik gaat. Hoewel alle diersoorten wel een voorliefde voor alcohol of drugs hebben, zijn er dieren die een beetje gebruiken en dieren die zich minder goed kunnen beheersen. Het is te vergelijken met de verschillen bij mensen. De een kan na twee biertjes stoppen met drinken, de ander gaat door tot hij er bij neer valt. Maar hoe zit het met verslaving? Zijn dieren daar ook vatbaar voor?

Dieren kunnen, net als mensen, volgens Dekkers weldegelijk verslaafd raken. 'Het kost bijvoorbeeld geen enkele moeite om een aap te verslaven aan het roken van sigaren. Dat is in het laboratorium bewezen. Ook andere proefdieren blijken, als ze de keuze hebben, voor genot te gaan. Zo zijn er proeven gedaan met duiven en ratten die een elektrische impuls in het genotscentrum van de hersenen kregen als ze op een hendeltje drukten. Als die beesten dat eenmaal doorhadden, deden ze de hele dag niets anders meer. Eten, drinken, het was allemaal niet interessant meer. Dus bleven ze drukken, soms tot de dood er op volgde.' Dieren hebben wat verslaving betreft geluk ten opzichte van de mens, de middelen die de natuur levert zijn niet altijd verkrijgbaar. Zo heeft een plant bijvoorbeeld maar een bepaalde tijd van het jaar vruchten. Op die manier is het voor veel dieren eigenlijk niet mogelijk om echt verslaafd te raken. Dat zou ook niet goed zijn, want een dier dat de hele dag laveloos door het bos zwalkt heeft weinig toekomstperspectief. Het wordt binnen no time opgegeten door een roofdier.
 
Zoektocht naar genot
Hoewel dieren dus vanwege de beperkte beschikbaarheid van middelen niet snel verslaafd zullen raken, zijn er wel exemplaren die verslaafd raken aan andere genotgevende handelingen zoals seks. 'Dat komt bij alle diersoorten voor, al is maar een klein deel van de dieren vatbaar voor seksverslaving. Er zijn bijvoorbeeld katten die zich de hele dag met niets anders bezig houden dan hun eigen geilheid. Die zien er na verloop van tijd niet meer uit, ze verzorgen zichzelf nauwelijks en ze eten nagenoeg niet. Allemaal omdat ze op zoek zijn naar dat ene genot: seks.'

Het is wel te stellen dat dier en mens niet veel van elkaar verschillen als het om gebruik gaat. Niet elk dier raakt verslaafd, zoals niet elk mens verslaafd raakt. De zoektocht naar genot blijft echter bij zowel mens als dier een van de grootste drijfveren. Het zijn echt net mensen. Of misschien is het andersom, en zijn wij net dieren. Een ding is zeker: een garnaal wordt niet stoned. Dat was een grapje van Van Kooten en De Bie.

 

Reageer reacties (0)
LEES MEER...