‘Kinderen vervangen dode rokers en dat moet stoppen’

Bijgestaan door strafrechtadvocate Bénédicte Ficq doet Anne Marie van Veen (43) aangifte tegen de tabaksindustrie. Als tiener kocht ze haar eerste sigaretten en ruim twintig jaar later heeft Van Veen uitgezaaide longkanker. ‘Mijn gezondheid is met voorbedachten rade benadeeld en dat is strafbaar volgens het Wetboek van Strafrecht.’

Dit artikel verscheen in augustus 2016 in Lef Magazine.
Tekst: Saskia Geurds / Fotografie: Vincent Schiphorst. (Deze foto stond destijds niet in Lef, Anne Marie verzocht ons om persoonlijke redenen deze nieuwe foto te gebruiken)

‘Ficq zei het zo mooi: ‘voer ik mijn kind elke dag rattengif, dan word ik veroordeeld voor moord. Zou ik mijn kind elke dag een sigaret geven, dan gebeurt er niks.’ Roken is maatschappelijk geaccepteerd. Niemand zegt er iets van wanneer een kind van twaalf op straat rookt. En dat terwijl het ongelooflijk giftig is. De overheid zegt er alles aan te willen doen om kinderen niet te laten roken, maar ondertussen raken nog elke dag honderden kinderen verslaafd aan tabak.

Kinderen zijn feitelijk de eerste klanten van de tabaksindustrie. Vrijwel iedereen is voor zijn achttiende begonnen. Deze zaak gaat ook niet om mij, maar om mijn kinderen. Het doel is niet het krijgen van een schadevergoeding, maar de praktijken van de tabaksindustrie moeten stoppen. Want wie beschermt mijn kinderen als ik er niet meer ben? Ik neem het de tabaksindustrie kwalijk dat ze mij als tiener bewust verslaafd hebben gemaakt. Iedereen die zegt dat het een keuze is uit vrije wil: dat is het niet. Kinderen worden door de industrie, de talloze verkooppunten, videogames, televisie, social media en de leefomgeving verleid om een sigaret te roken en dus bewust verslaafd gemaakt.’

Wereldprimeur
Dat is ook wat Ficq zegt: ‘natuurlijk maakt de verslaafde roker zelf de keuze om te roken, maar de sigaret is zo ingericht dat je er op een gegeven moment niet meer voor kiest. De verslavende additieven zorgen ervoor dat de belangrijkste component zo snel mogelijk naar het brein gaat: nicotine. Beginnende rokers kunnen na vier weken al niet meer zonder. Mensen worden expres breinziek gemaakt. Je bent crimineel bezig wanneer je een product ontwikkelt met het oog op afhankelijkheid, juist met de bedoeling de vrije wil uit te schakelen, wetende dat dit product levensgevaarlijk is terwijl je de verslavende stoffen er ook uit kunt halen. Juist kinderen en jong volwassenen, bij wie het brein nog in de steigers staat, worden zo verslaafd gemaakt.’

De strafzaak richt zich op het doelbewust uitschakelen van de vrije wil. Ficq, haar kantoor en Van Veen zijn de eersten in de geschiedenis die een strafrechtelijke zaak tegen de tabaksindustrie afdwingen. Vooral in de VS zijn er al honderden civiele zaken tegen de fabrikanten aangespannen, maar dat wordt naar zeggen van Van Veen gemakkelijk afgehandeld met een schadevergoeding. ‘Ondertussen gaan de criminele praktijken gewoon door’, zegt de ongeneeslijk zieke ex-roker. ‘En dat is niet de insteek van deze zaak. Tabaksproducenten maken zich schuldig aan strafbaar handelen en daar moeten ze voor vervolgd worden.’

Vervangers
Na het zien van de documentaire ‘De Vervangers’ van Erwin Kleinjan, zelf jarenlang een roker, besefte Van Veen dat ook haar kinderen niet veilig zijn. De film gaat over kinderen die de plaats van dode rokers in moeten nemen; voor de tabaksindustrie is elk kind en elke jongere een potentiële nieuwe klant. ‘Ik schrok ervan dat kinderen zo jong al in contact komen met onvermijdelijke verslaving. Ik dacht: zo werkt het dus en wat is dit eigenlijk erg. Ik hoefde me niet meer schuldig te voelen van mezelf. Jongeren worden in documenten ook wel ‘replacement smokers’ genoemd: ze vervangen (vroegtijdig) overleden klanten van de tabaksindustrie. Het toevoegen van verslavende stoffen en lekkere smaakjes is daarbij belangrijker dan de gezondheidsrisico’s. Ik wil niet dat mijn kinderen in die val lopen. Kinderen zijn onze toekomst en niemand wil zijn kind met opzet vergiftigen. We staan alleen wel toe dat de tabaksindustrie dat doet. Doordat ik longkanker heb, weet ik wat roken kán veroorzaken. En dat is verschrikkelijk. Ik wens niemand hetzelfde toe als wat wij nu als gezin doorstaan. Het maakt niet uit hoe oud je kinderen zijn, of dat je alleen of getrouwd bent, want het is een moeilijke weg die je als gezin of alleen af moet leggen. Huwelijken gaan kapot doordat longkankerpatiënten bijvoorbeeld blijven roken en de partner dat niet accepteert. Het is een Af-Schuw-Lijke verslaving waar te makkelijk over gedacht wordt.’

Toen roken nog heel normaal was
‘Vroeger stonden er bij ons glaasjes sigaretten op tafel. Mijn vader rookte Caballero zonder filter. Ik pikte als zesjarige heel stiekem een sigaretje. Waarschijnlijk rookte ik niet over mijn longen, maar de smaak én de geur vond ik toen al lekker. Op mijn vijftiende kocht ik mijn eerste pakje Belinda menthol sigaretten. Ik bleef met een paar meiden bij een vriendin slapen en als snel stond het kleine slaapkamertje van onze vriendin blauw van de rook. Ik rookte het hele pakje in één avond op en vond het geweldig dat ik alles meteen over mijn longen rookte en niet eens beroerd werd. Al snel rookte ik shag, dat vond ik het lekkerste. Ouders kunnen dat moeilijk in de hand houden; daarnaast was ik er mee opgegroeid. Al rookte mijn moeder nooit. Maar mijn vader kende ik niet anders. Hij rookte de hele dag en als kind haalde ik soms pakjes sigaretten voor hem. Dat was toen heel normaal. Ik vind het trouwens van de zotte als je als ouders je kind een rijbewijs moet beloven om niet te gaan roken. Mijn moeder heeft dat nooit gedaan. Verbieden je ouders het, dan doe je het toch stiekem. Ze vond het niet leuk, uiteraard. Mijn eigen kinderen zijn nog erg jong, maar mijn oudste zoon (17 jaar) rookt niet. Hij heeft ermee geëxperimenteerd, maar vindt er -gelukkig- niks aan. Toen ik veertien was overleed mijn vader aan een hartaanval, waarschijnlijk door te veel roken. Maar ik was totaal niet bezig met de gevaren ervan.’

Doodvonnis
Van Veen rookte twee jaar geleden haar laatste sigaret: op de dag van haar eerste chemokuur. ‘Ik had nooit ergens last van, maar ik ben altijd al bang geweest dat ik kanker zou krijgen. Ik voelde een klein bobbeltje in mijn nek en wilde een punctie. Die was helemaal goed. Iedereen was natuurlijk blij, maar ik voelde me er niet lekker bij. Ik ging terug en kreeg uiteindelijk een biopsie en een echo. Toen begon de ellende. Na een periode van ongeveer drie maanden kreeg ik op 9 juli 2014 het slechte nieuws: uitgezaaide longkanker stadium IV. Bij stadium IV is genezing niet meer mogelijk: ik heb meerdere uitzaaiingen en ben dus ongeneeslijk ziek.

Gelukkig kwam ik vrij snel terecht in een wetenschappelijke medicijnenstudie van het universiteitsziekenhuis in Groningen. Mijn pillen sloegen binnen twaalf weken al aan: ik was ineens vrij van actieve kankercellen. Zodoende kreeg ik eerst mijn doodvonnis en vervolgens was alles weg. Of ik opgelucht was? Ik was blij’, zegt Van Veen terwijl ze kippenvel op haar armen krijgt. ‘Maar tegelijkertijd heel bang’, gaat ze verder. ‘Want kankercellen zijn slim. Elke dag ben je bang dat de kanker resistent wordt tegen medicatie. Longkanker is een van de dodelijkste kankersoorten. Ik ga nu mijn derde jaar al in. Toen ik het eerste jaar overleefde was het natuurlijk al een big party. Ik heb een man en vier kinderen en zei al meteen: ik ga hier niet kapot aan, klaar! Werken mijn behandelingen niet meer, dan heb ik een probleem. En daar wil ik niet aan denken.’

‘Ik ga niet dood aan kanker’
‘Ik heb geluk dat mijn man Rob als ex-marineman al met pensioen is. Hij helpt veel mee in het huishouden en daarnaast krijgt hij me altijd rustig. Als de kanker er zit, zit ‘ie er, zegt hij dan. Ik doe er ook niemand een plezier mee om me druk te blijven maken. Mezelf niet, mijn kinderen niet en het leven niet. Het is omdenken en daardoor heb ik eigenlijk een heerlijke vijftien maanden gehad. Helaas kwam de kanker in februari dit jaar terug en heb ik ondertussen al 26 bestralingen gehad. Het voelde als een klap, maar ik wist waar ik aan toe was. Ik wil nog niet dood, maar ik heb nou eenmaal de wetenschap dat het bij mij snel afgelopen kan zijn. Mijn kinderen (4,5,7 en 17 jaar) hebben er wel last van gehad. Zo had mijn oudste zoon mijn hele diagnose al vastgesteld, dat was ergens ook wel geweldig. Hij wist precies hoe het zou aflopen. Hij zei daarnaast: je gaat toch dood, dus dan kan ik maar net zo goed gelijk onaardig doen’. Even lacht ze waarna ze verder gaat: ‘Ik ga een keer dood, maar ik ben niet van plan om aan longkanker te sterven.

We hebben de afspraak gemaakt om thuis niet te veel over kanker te praten. Ik heb nou eenmaal kanker en daar moeten we mee dealen. Zolang ik te behandelen ben, maak ik mijn kinderen niet onnodig bang. Kinderen zijn niet dom, maar het heeft geen zin om ze iets aan te praten. Als ze vragen of ik naar het ziekenhuis moet, leg ik uit dat ik bestraald moet worden omdat de kanker weer terug is. Dat komt gewoon ter sprake, maar ik roep niet iedereen heel angstig bij elkaar. Ik heb ze al veel van hun onbezorgde jeugd afgenomen en dat vind ik heel erg. Daar heb ik nog steeds verdriet van’, zegt Van Veen met tranen in haar ogen. ‘Mijn taak is volbracht als ik mijn kinderen volwassen de deur uit zie gaan en nog vijf jaar met Rob achter de geraniums mag zitten. Niemand weet of ik het red, maar ik hoop van wel.’

Anne Marie stopt
‘Twee dagen na de bevalling van mijn tweeling is er één kindje overleden. Het was een heftige bevalling en het eerste wat ik aan de zuster vroeg was een sigaret. Terwijl ik de hele zwangerschap gestopt was met behulp van het boek ‘Nederland stopt’ van Wanda de Kanter en Pauline Dekker. Ik rookte overigens nooit in huis. Puur voor de kinderen. Helaas heb ik tijdens mijn laatste zwangerschap gerookt. Ik was zo panisch dat het weer fout zou gaan. Het lukte me niet om te stoppen. Ik vond het verschrikkelijk en ik weet dat er héél veel vrouwen roken tijdens de zwangerschap. Maar die durven het niet te zeggen, terwijl dat juist zo belangrijk is. Geen enkele moeder wil roken tijdens het dragen van een ongeboren kind. Je praat het goed en daarnaast zeggen gynaecologen of verloskundigen regelmatig: rook dan één sigaretje, want dat is beter dan stress. Zo’n onzin! Tegen een alcoholist zeg je toch ook niet drink maar één drankje? Er mag meer aandacht zijn voor vrouwen die hulp nodig hebben om te stoppen, met name ook tijdens de zwangerschap.’

Roken en longkanker: in één adem
‘Mensen zeggen al snel: als je wil stoppen, kun je stoppen. Of: je hebt geen ruggengraat als het niet lukt. Ik word daar boos van. Ik ken longkankerpatiënten die nog roken. Ik veroordeel niemand en ben ook niet tegen rokers. Ik weet als geen ander hoe verslavend het is. Niemand kiest er bewust voor om ziek te worden, een gezin achter te laten en door te roken terwijl je al ziek bent.

Toen ik mijn diagnose kreeg, rookte ik in eerste instantie ook door. Ik had toch al kanker, dacht ik destijds. Maar het is bewezen dat medicatie beter aanslaat wanneer je niet rookt. Dat is me niet verteld en daarnaast denken artsen ook regelmatig: het is zo zielig, die mevrouw gaat toch dood, dus laat haar maar roken. Dat is erg, want er zou juist gewezen moeten worden op hulp. Ik ben nu twee jaar gestopt met roken. In het begin voelde ik me verplicht tegenover mijn artsen. Er wordt veel geld en energie in mijn behandeling gestopt en ik zou door blijven roken. Ik kan nog steeds kwijlen om een sigaret, maar ik steek er nooit meer een op. Ik ben als de dood dat het mijn behandeling in de weg staat.’

Eigen schuld, dikke bult?
‘Ik heb me nooit schuldig gevoeld dat ik gerookt heb. Longkanker kun je krijgen door het roken, maar ook zonder dat je rookt. Je kunt ook roken en longkanker krijgen zonder dat het van het roken komt, maar de kans dat je longroker krijgt door het roken is wel veel groter. Het wordt snel in één adem genoemd en dat is ook terecht. Daarnaast zijn er veel meer soorten kanker en andere ziekten gerelateerd aan roken. Dus dat het onder de aandacht komt, is alleen maar goed. Toen ik hoorde dat ik longkanker had, wilde ik er meteen wat mee doen. Het is een ondergeschoven kankersoort waarvan mensen snel denken: eigen schuld, dikke bult. Het feit dat ik als jong meisje mijn eerste pakje rookte, dat met opzet zo verslavend is gemaakt, maakt dat dan ook dat ik mijn eigen longkanker ‘verdiend’ heb? Ik wil in deze strafzaak geen vergelding van mijn longkanker, geen geld, niets, ik wil ‘alleen maar’ dat mijn kinderen niet gaan roken om de kans op (long)kanker zo klein mogelijk te maken.’

Kans op succes?
‘Ik wil (mijn) kinderen beschermen tegen de gevaren van de tabaksindustrie. De buurman zou me voor gek verklaren als ik een fles aceton, een fles rattengif en een fles terpentine voor zijn kind neerzet. Waarom staan we dan in godsnaam nog toe dat de tabaksindustrie onze kinderen vergiftigt?’

Ficq speculeert niet graag over de kans van succes. ‘We hebben juridisch goede argumenten om het Openbaar Ministerie te overtuigen dat de vervolging haalbaar is, maar de moeilijke pijler hierbij is de wenselijkheid. Voorafgaand aan de aangifte hebben we een gesprek met het OM zodat we hen ook ten tijde van het gesprek kunnen overtuigen dat de aangifte in behandeling moet worden genomen. Wij menen echt een sterke zaak te hebben tegen de industrie, dus het is de strijd meer dan waard.’ 

 

Reageer reacties (0)
LEES MEER...